Een filmpje pakken

Bridget Jones' baby

Vrouwlief stelde gisteren voor om eens een film te pakken bij servicebioscoop Hollywoud in Almkerk, om op die manier haar verjaardag toch een beetje te vieren. Naderend onheil naakte aan de horizon. Ik ken haar voorkeuren dienaangaande en die zijn niet de mijne. Een leger zombies verovert de wereld? Count me in! Bruce Willis die op een bike een helikopter torpedeert? Cinematografie naar mijn hart! Een film zonder een overdaad aan zinloos geweld is het bekijken niet waard. Explosies wil ik zien. Afgerukte ledematen. En aan het eind van de film schiet de held de slechterik dood, sluit de deerne in nood tongzoenend in de armen en iedereen gaat tevreden naar huis. Dat zijn films.

Mijn intelligente, gevoelige vrouw zwijmelt het liefst bij mierzoete chick flicks, pardon: romantische komedies, met Hugh Grant of Colin Firth in de hoofdrol. Het liefst met allebei. Samen een film kijken is een uitdaging. Of zij zit handenwringend in afgrijzen naar het scherm te staren, of ik zit me mateloos te ergeren aan de zoveelste Julia Roberts-draak.
Olga kroop achter de computer om het aanbod van die avond te bekijken. Het tot dusverre nog onbestemde gevoel van onheil kreeg substantie op het moment dat ze een blij verrast kreetje slaakte.

Haar oog was gevallen op “Bridget Jones’s baby”. Dus.

Om een huwelijk te laten slagen moeten aan beide zijden offers gebracht worden. Gisteravond was het mijn beurt. Opgewekt en vrolijk (zij) en met bezwaard gemoed (ik) stapten we die avond zaal vier van Hollywoud binnen, waar mijn ergste nachtmerrie zijn opwachting maakte. Een zaal vol vrouwen met hier en daar een in anticiperend afgrijzen in elkaar gekropen mannelijke ziel, die doorgaans precies zo ellendig keek als ik me voelde. Volkomen verloren in een bedompte wolk van oestrogeen die uit elke porie van elke verwachtingsvolle, opgewonden vrouw wasemde, wisselde ik een berustende blik van verstandhouding met mijn medeslachtoffers.

“We zijn de lul vanavond, heren”, seinde ik het mismoedige manvolk non-verbaal toe.
“Doorbijten, knul. Ze heeft hierna heel wat goed te maken”, knipoogde een oudere heer.
Het hielp. Een beetje.

Het viel me in de aanloop naar de film tijdens de reclames al op dat we een luidruchtige zaal getroffen hadden. Dit soort films trekt blijkbaar vriendinnengroepen en bachelorette-party’s aan en dat vertaalde zich in een vrolijk gekwetter, dat me van alle kanten claustrofobisch insloot. Tot mijn immense chagrijn hield deze geluidsoverlast aan nadat de film al begonnen was.
Rechtsachter presteerde een vrouw het om zowat onafgebroken, half hysterisch te hinniken als een paard bij elke zweem van scherts. Linksvoor zat er een luidkeels Zellweigers kleding te bekritiseren. Vanuit dezelfde hoek kreeg ik te horen dat Colin Firth, hoewel zichtbaar ouder geworden, nog steeds een lekker ding was. Dat laatste werd met hoorbare verbazing uitgesproken, alsof ze zelf niet kon begrijpen waarom ze Colin nog steeds aantrekkelijk vond. “Omdat je zelf ook ouder bent geworden, domme gans!”, schreeuwde ik in mijn hoofd, om daarna nog dieper weg te zakken in mijn misère.

Toen de geluidsorkaan heel even ging liggen, greep ik die kans aan om me, tot het uiterste getergd, hardop af te vragen “Zeg eh, dames, gaan we dit de hele film doen?” Een retorische vraag, luid genoeg om door de hele zaal gehoord te worden, wat me kwam te staan op a) een welgemikte elleboog in mijn ribbenkast van mijn gegeneerde lief, b) een geschokt & ijzig, hoewel jammerlijk tijdelijk, stilzwijgen van de zaal en c) een zacht, instemmend gegrinnik van een paar anderen. Van dat laatste niet veel en allemaal mannen, zo te horen. Het hielp wel, want daarna was het beduidend rustiger in de zaal. Schouderklopje voor mezelf. Die film interesseerde me geen klap, maar ik had er achttien euro voor betaald en nou zou ik ‘m zien ook! Ongestoord, potdomme!

Het aller-, allerergste van dit alles? Tot mijn eigen stomme verbazing vond ik het een leuke, onderhoudende film, met een solide script en een sterke cast. Emma Thompson, Patrick Dempsey en Colin Firth, alle drie toppers, zetten geloofwaardige en aimabele personages neer, met karakters die ongewoon sterk voor dit soort films uitgediept zijn. Zelfs Zellweiger, niet één van mijn favorieten, was in deze film goed te pruimen.
Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik af en toe zelfs hardop moest lachen. Die scene waarin Dempsey en Firth om beurten met een loodzware, hoogzwangere Zellweiger in de armen door omstandigheden gedwongen een paar kilometer naar het ziekenhuis moesten lopen, is wat mij betreft een van de grappigste dingen die ik ooit op het witte doek heb mogen zien.

Ook Olga was blij verrast en stelde voor om deel een en twee van de franchise ook te gaan bekijken.
“Alleen thuis, op DVD. Geen discussie,” was mijn antwoord.

home menu chevron_right chevron_left